Actueel

Docent Martin Slagter in Trouw: 'Slechte doorstroom naar hbo vergroot tweedeling '


De doorstroming van mbo naar hbo stagneert, waardoor talent uit zwakkere milieus verloren gaat. Martin Slagter pleit voor verbetering van de kwaliteit van het mbo.

Het Nederlandse onderwijsstelsel trekt kinderen uit hogere milieus voor, door kinderen uit zwakkere milieus minder kansen te geven. Dat constateerde onlangs een groep onderwijskundigen, sociologen en economen in het rapport ‘Onderwijsstelsels vergeleken: leren, werken en burgerschap’. Ook de Tweede Kamer en inister Bussemaker maken zich zorgen over de groeiende tweedeling in het onderwijs. Als oorzaken worden genoemd de steeds vroegere selectie in het voortgezet onderwijs en de afgenomen invloed van de Cito-toets. Daardoor neemt de invloed van het milieu toe: leerkrachten op de basisschool zijn geneigd kinderen van hoogopgeleide ouders naar een hogere schoolsoort te sturen.

Vreemd genoeg blijft de belangrijkste oorzaak van de dreigende tweedeling in de publicaties tot nog toe ongenoemd. Dat is de stagnerende doorstroming vanuit het mbo naar het hoger onderwijs. Dit heette vroeger de ‘beroepskolom’ en werd door de overheid gepromoot als de ‘koninklijke weg’. Dankzij de beroepskolom konden jongeren die in het vmbo onder hun niveau zaten, via het mbo doorstromen naar het hbo en daarna eventueel naar de universiteit. Een te vroege en daardoor mogelijk onjuiste selectie kon op die manier gerepareerd worden.

Blokkade Deze ‘ontsnappingsroute’ wordt door het hoger onderwijs steeds verder geblokkeerd. Het hbo beperkt het aantal richtingen waarin mbo’ers in mogen stromen en universiteiten nemen maatregelen om het aantal instromende hbo’ers te beperken. De in het hbo verplichte taal- en rekentoetsen richten met name onder mbo-instromers grote slachtingen aan. Daarbij komt het door velen voorspelde en nu reeds optredende effect van het nieuwe leenstelsel, waardoor vooral mbo’ers ervan afzien verder te studeren in het hbo. Het zijn vooral jongeren uit de lagere milieus die ervoor terugdeinzen een studieschuld van zo’n 25.000 euro op te bouwen. De opbrengsten van het nieuwe leenstelsel zullen volgens minister Bussemaker worden aangewend om de kwaliteit van het hbo te verbeteren. Cynisch is wel dat er steeds minder jongeren uit lagere milieus van die kwaliteitsverbetering zullen pro- fiteren. Jongeren die ten onrechte naar het vmbo zijn verwezen, met name jongeren uit lagere milieus dus, zitten in toenemende mate in die verwijzing ‘opgesloten’.

Uitsluitende doelstellingen Ik geef al geruime tijd aan beide schooltypes les en heb de kloof tussen mbo en hbo de afgelopen jaren zien groeien. Het probleem met het huidige mbo is, dat alles erop gericht is om zoveel mogelijk studenten een diploma te bezorgen. Scholen waar te veel studenten ongediplomeerd uitstromen, worden financieel gestraft. Daarom stellen die scholen de vakinhoudelijke eisen voortdurend naar beneden toe bij. Het niveau van het onderwijs handhaven én zoveel mogelijk jongeren aan een diploma helpen zijn twee elkaar uitsluitende doelstellingen. De examens bereiden de mbo’ers dan ook volstrekt onvoldoende voor op een succesvolle doorstroming naar het hbo.

De beroepskolom moet in ere hersteld worden. Want zonder deze ‘koninklijke weg’ van vmbo naar het hoger onderwijs zal veel talent verloren gaan, en doen we individuele studenten én de samenleving ernstig tekort. Misschien is het een idee om de opbrengsten van het leenstelsel aan te wenden voor kwaliteitsverbetering van het mbo. Dat zou helpen de tweedeling in het onderwijs te voorkomen en kinderen uit hogere milieus minder bevoordelen.


Nieuw
Recente berichten