Actueel

Vrijwilliger zijn: goed voor je hart | filosoof Jelle de Boer en psycholoog Steven Pont

December 21, 2018

 

 

Het is prettig om iets voor een ander te kunnen betekenen. Maar wat levert het je zelf eigenlijk op? Een tipje van de sluier: het is in alle opzichten goed voor je hart. Een interview met filosoof en HTF-docent Jelle de Boer en psycholoog Steven Pont voor het themanummer over de vrijwilliger - magazine 'Van Mens tot Mens' (Humanitas). 

 

Je bent bij een uitverkocht concert, je geniet van een grandioos optreden. Grote kans dat je dan een geluks­moment te pakken hebt. Over geluk raken we niet uitgepraat. We zijn er, zeker in deze tijd waarin mensen op social media hun geluksmomenten in overvloed delen, heel erg op gericht. “Het lijkt het hoogste doel geworden om altijd geluk te ervaren. We willen van hoogtepunt naar hoogtepunt leven,” ziet ontwikkelingspsycholoog Steven Pont. “Maar geluk is een kick, een momentopname. Het zegt niets over je algehele welbevinden. We zien vaak over het hoofd dat er naast geluk nog iets anders bestaat, iets wat de grondtoon van ons bestaan is: tevredenheid.”

 

Geven wordt krijgen

Pont noemt drie punten die kunnen bijdragen aan het gevoel van tevredenheid. “Positieve gedachten helpen enorm. Daar kun je jezelf in trainen. Ik wilde bijvoorbeeld vandaag mijn lunch kopen bij het tankstation. Maar ze hadden niets, want de leveran­

cier was te laat. Ik had kunnen balen, maar in plaats daarvan dacht ik: ‘wat ontzettend fijn dat ik dit pas voor het eerst van mijn leven meemaak.’ Ik pas dit een paar keer per dag toe en het helpt echt.”

Een ander belangrijk punt om tevredenheid te kunnen ervaren, is dat je je verbindt aan een doel dat groter is dan jezelf. “Dan voel je je nuttig en betekenisvol.” Wat er ten slotte aan kan bijdragen, is dat je je werkelijk verbindt aan het lot van andere mensen. “Iemand een compliment geven, iets overnemen van een ander, kortom: andere mensen een goed gevoel geven. Dat levert niet alleen de ander iets op, maar je wordt er zelf ook blij van. Geven wordt dan dus ook krijgen.”

Je verbinden aan iets dat groter is dan jezelf en aan het lot van de ander: het is de essentie van vrijwilligerswerk. Geen wonder dus dat veel onderzoeken uitwijzen dat dit soort werk bijdraagt aan levensplezier.

 

“Een ander helpen geeft een fijn gevoel, zeggen sommigen. Maar is dat nu echt de reden dat je iets doet?”

 

Niet egoïstisch

Veel mensen denken dat er desondanks toch altijd een zeker eigenbelang schuilt in het helpen van een ander. Filosoof Jelle de Boer, die werkt aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie en aan de TU Delft, deed er onderzoek naar en komt tot de conclu­ sie dat er niets egoïstisch aan is. “Een ander helpen geeft een fijn gevoel, zeggen sommigen. Maar is dat nu echt de reden dat je iets doet? Ik vraag mijn stu­ denten wel eens: als je dat fijne gevoel ook zou kun­ nen krijgen door een pilletje in te nemen, zou je dat dan doen? Zou je dan niet meer behulpzaam zijn? Maar dat zien de meeste toch niet gebeuren.” De Boer haalt een onderzoek aan van psychologen, die na de Tweede Wereldoorlog mensen interviewden die joodse onderduikers in huis hadden genomen*. “Hun motieven laten zien dat ze dat onmogelijk voor zichzelf konden doen of om indruk te maken op hun omgeving.” Er was bijvoorbeeld geen enkele kans op financieel gewin en de geheimhouding zorgde ervoor dat aanzien er ook niet toe kon doen. Volgens De Boer, die ook econoom is, is de aanname vaak dat mensen rationeel en egoïstisch zijn. Hij haalt een bekend experiment rondom samenwerken aan**, dat nog vaak wordt gedaan. “Daaruit blijkt dat

mensen echt niet altijd voor het maximale gaan om iets te winnen, maar dat ze andere mensen ook wat gunnen of zich laten leiden door morele motieven zoals eerlijkheid.”

 

Ervaringsdeskundige

Maar ook al help je een ander niet uit direct egoïsme, toch ziet ontwikkelingspsycholoog Pont, in tegen­ stelling tot filosoof De Boer, wel verschillen in de motivatie om vrijwilligerswerk te gaan doen. “Je kunt iets voor een ander willen doen omdat je iets wilt oplossen in je eigen leven. Je hebt bijvoorbeeld iets meegemaakt in je jeugd en wilt bewijzen dat jij het anders aanpakt. Je doet het dus om jezelf te helen. Het hoeft geen probleem te zijn, maar vaak heb je dit niet door en het is wel belangrijk om dat van jezelf te weten te komen. Zodat je dit ook met de coördina­toren van je vrijwilligersorganisatie kunt bespreken. Als bij hen bekend is dat jij bijvoorbeeld ‘iets’ met scheiden hebt en het gezin dat jij ondersteunt op een scheiding afkoerst, dan is er voor jou supervisie no­ dig. Dat is geen zwakte, zegt Pont, het is juist heel sterk om te zeggen: ‘ik weet het even niet’. “Om diepte te kunnen zien, heb je twee paar ogen nodig.” Als je als vrijwilliger ervaringsdeskundige bent, kunnen de mensen die je nu ondersteunt zich snel met je verbonden voelen. Jullie delen ervaringen en dat schept een band. Dat is mooi, vindt Pont, maar het gevaar is dat je dat wat bij jou goed heeft gewerkt, favoriet gaat maken. “Je loopt het risico om dingen die bij jou werkten, ook toe te passen of voor te stellen bij je deelnemer. Terwijl bij deze deelnemer misschien een andere optie beter zou uitpakken.” Over hebben De tweede en meest voorkomende motivatie om vrijwilligerswerk te gaan doen, is volgens Pont dat je ‘over hebt’. “Wanneer je ervaart dat je alles op de rails hebt, tijd en energie over hebt, ga je op zoek naar iets nieuws. Sommigen gaan vier keer per week tennissen. Anderen zoeken naar een ander soort zingeving.” We hebben nu veel meer vrije tijd dan vroeger. En tijd is de bottom line van al het vrijwilligerswerk, is Ponts overtuiging. “Je kunt niet tachtig uur per week werken, vier kinderen hebben en dan nog vrijwilligerswerk doen.

 

Goed voor je gezondheid

Vrijwilligerswerk zorgt niet alleen voor een ervaring van voldoening in je leven, je hebt er nog een voordeel van, zo wijst onderzoek van onder andere de Harvard Medical School uit. Het heeft een positieve invloed op je gezondheid. Zo helpt het de gevolgen van stress en angst tegen te gaan. Doordat je sociale contacten opdoet, ervaar je een beter psychisch welbevinden. Het werk verlaagt daarnaast de kans op depressies. Ook is het tevredenheids­ gevoel dat eruit voortkomt meetbaar in je hersen­ activiteit en hormonen. Vrijwilligers hebben zelfs een lager sterftecijfer. Oudere vrijwilligers bewegen meer en hebben betere denkvaardigheden. En tot slot: volwassenen ouder dan vijftig jaar die regelmatig vrijwilligerswerk doen, hebben minder kans op het ontwikkelen van hoge bloeddruk en aanverwante hartklachten. Mensen die het gevoel hebben een doel te hebben, lopen een lager risico op een hartaanval of beroerte dan mensen met een lager gevoel van doelgericht­ heid. Vrijwilligerswerk is dus figuurlijk maar óók letterlijk goed voor je hart.
 

Lees hier uitgave 18 van 'Van Mens tot Mens'

 

 

 

 

Please reload

Nieuw

Willem Schoonen (voormalig hoofdredacteur Trouw ) docent Journalistiek & Media aan de HTF

February 27, 2014

1/3
Please reload

Recente berichten
Please reload