Actueel

Jongste HTF-afstudeerder Dillon de Groot: Wederzijdse verwachtingen bij participatietrajecten - comp

De jongste HTF-afstudeerder tot nu toe, Dillon de Groot (24), verdedigde vandaag online zijn afstudeerscriptie, met succes. Dillon kwam als jonge student vanuit het voortgezet onderwijs binnen bij de HTF en groeide uit tot een evenwichtige en grondige toegepast filosoof.

Dillon studeerde af bij de Gemeente Middelburg met de vraag: Welke positie moet de gemeente Middelburg innemen binnen de netwerksamenleving? Het thema van zijn scriptie: 'Wederzijdse verwachtingen bij participatietrajecten - Het gebruik van speltheorie bij complexe besluitvorming'.

Afgelopen decennia is de samenleving in een stroomversnelling van veranderingen gekomen. We zien een netwerksamenleving ontstaan, waarbinnen we te maken hebben met een toenemende complexiteit, onvoorspelbaarheid en maatschappelijke vraagstukken, die uitgaan van de wederzijdse afhankelijkheid van elkaar. De burgers vragen om verklaringen, verantwoording en bovenal willen ze serieus genomen worden. Dit vraagt om een bestuursstijl, die niet in eerste plaats wil beheersen op basis van regels, maar de dialoog zoekt op basis van feiten en de bedoeling. Participatie probeert die rol te vervullen. Het wringt echter tussen de klassiek hiërarchisch ingerichte vormen van politiek en bestuur en de horizontale netwerksamenleving. In deze netwerksamenleving gaan individuen, maatschappelijke organisaties, bedrijven maar ook politiek en bestuur op voet van gelijkwaardigheid met elkaar om, omdat zij afhankelijk zijn van elkaar. Je ziet dat politiek en bestuur onderdeel vormen van zowel een verticaal waardesysteem en een horizontaal waardesysteem.

In de praktijk betekent dit, dat er participatietrajecten worden gestart waarvan onduidelijk is wat ‘de beste’ manier van handelen is. Enerzijds worden politiek en bestuur nog verantwoordelijk gehouden voor de keuzes die zij maken binnen de verticale structuur. Anderzijds staan politiek en bestuur onder druk van de samenleving, die vraagt om een gelijkwaardige positie binnen het participatietraject. Deze frictie levert soms problemen op.

Dillon heeft gekozen een duidelijk onderscheid te maken tussen ‘hoe we moeten participeren’ en ‘waarom we zouden moeten participeren’. "Hoewel beide belangrijke normatieve vragen zijn, denk ik dat de tweede pas goed te beantwoorden is als we weten hoe we moeten participeren. Om antwoord te geven op de ‘hoe vraag’, is het noodzakelijk te begrijpen waarom sommige participatietrajecten wel en sommige niet slagen. "

"De filosofische besliskunde (speltheorie) heb ik gekozen omdat het erg geschikt is om kritiek en commentaar te leveren op de keuzes die mensen maken in het nastreven van een doel, zonder dat doel zelf te bekritiseren. Het gaat dus over de stappen die gezet worden in het proces; de interactiepatronen. Deze interactiepatronen laten zien dat er sprake is van een wederzijdse afhankelijkheid. Op basis van deze wederzijdse afhankelijkheid ontstaan wederzijdse verwachtingen tussen de spelers. Welke verwachtingen dit zijn, uit zich binnen deze besliskundige kaders (filosofie en besliskunde). Omdat de Besliskunde geen oordeel geeft over de inhoudelijke posities van mensen, kunnen we kijken naar de interactiepatronen zonder te veel ruis."

Dillon: van harte gefeliciteerd met een prachtig resultaat!

Nieuw
Recente berichten