Actueel

Ja, sergeant! De zin en onzin van deugdethiek voor manschappen van de Luchtmobiele Brigade


Daniël de Mik verdedigde op 28 jan. j.l. met succes zijn eindscriptie over de vraag: Op welke wijze zien we morele vorming terug bij manschappen van de Luchtmobiele Brigade in hun werk en hoe verhoudt deze praktijk zich tot militair deugdethische morele vorming? (samenvatting door Daniel)


Al 20 jaar is duidelijk dat de morele vorming van militairen onder de maat is, terwijl die vorming kan bijdragen aan het voorkomen van misstanden. Sterker nog, het is ook nog eens onontbeerlijk voor het geestelijk welbevinden van militairen. De Faculteit Militair Wetenschappen (FMW) van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) zweert bij deugdethiek welke nodig is voor het afleveren moreel competente militairen die de krijgsmacht op haar beurt nodig heeft om militaire inzet ethisch te verantwoorden. In de praktijk blijkt hier echter weinig van terecht te komen.


Waarom gaat het mis?

Waarom lijkt het keer op keer mis te gaan bij Defensie? Militairen zouden voortreffelijke karakters bezitten, maar tegelijkertijd blijven misstanden hun kop opsteken en zijn gedragscodes met voor de hand liggende regels noodzakelijk om wangedrag te voorkomen. De Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensieacademie schetst tevens een ogenschijnlijk onhaalbaar deugdethisch ideaal waarvan ze beweert dat deze noodzakelijk is voor de ethische verantwoording van militaire inzet. Door mijn eigen ervaring als oud-luchtmobieler en toegepast filosoof begon ik mij af te vragen waar de discrepanties tussen beleid, theorie en praktijk vandaan komen.

Ik benaderde de Dienst Humanistisch Geestelijke Verzorging (DHGV) met mijn onderzoeksvoorstel, omdat het beantwoorden van mijn vragen het spanningsveld bij Defensie kan verduidelijken waarbinnen geestelijk verzorgers moreel trachten te vormen.


Mijn voorkeur ging uit naar de DHGV, vanwege hun onafhankelijke karakter en nadruk op het geestelijk welbevinden van militairen dat bij hen voorop staat. Bij Defensie lijkt veelal het imago zwaar te wegen als het over het morele kaliber van haar manschappen gaat. Dit voorkomt het adequate aanpakken van misstanden en is een probleem wanneer blijkt dat ons besef van moraliteit en ons geestelijke welbevinden hand in hand gaan.


Willen handelen op basis van waarden onverenigbaar met militaire praktijk

In de militair-ethische theorievorming speelt neo-Aristoteliaanse deugdethiek een belangrijke rol. Fundamentele onderdelen uit die deugdethiek, zoals een authentiek willen en handelen op basis van waarden, lijken echter onverenigbaar met de instrumentele militaire praktijk waar conformeren noodzakelijk is en inzetbaarheid leidend. Bij de manschappen die ik sprak voor mijn onderzoek ontbraken dan ook fundamentele voorwaarden zoals kritische reflectie en een moreel vocabulaire.

Het spanningsveld tussen het instrumenteel vormen van militairen en het intrinsieke moreel vormen van individuen, bemoeilijkt de vraag wie er verantwoordelijk is voor het morele kaliber van militairen. Deze twee benaderingen lijken elkaar uit te sluiten terwijl het één nodig is voor het vormen van efficiënte militairen, maar het ander voor het ethisch verantwoorden van militaire inzet en geestelijke weerbaarheid in ethisch lastige situaties.


Vraag blijft: wat is morele vorming binnen de militaire praktijk?

Mijn onderzoek laat een praktijk zien waar nog veel moet gebeuren als Defensie morele vorming op het niveau van manschappen adequaat aan wil pakken. Defensie begrijpt dat ze in ieder geval verantwoordelijk is voor het aanbieden van morele vorming aan militairen die ze ethisch ingewikkelde situaties instuurt. De verantwoordelijkheid om iets met die vorming te doen, ligt echter bij de individuele militair die de koppeling niet lijkt te maken tussen morele vorming en de militaire praktijk.

Geestelijk verzorgers zoeken zodoende naar een manier om intrinsiek te vormen in een instrumentele praktijk, terwijl Defensie onbeantwoord laat in hoeverre deze ondermijning wenselijk is. Adequate morele vorming draagt bij aan het vormen van betere individuen, maar draagt niet per se bij aan het vormen van betere militairen. Voor we het überhaupt over betere morele vorming kunnen hebben, zal Defensie een eerlijker en duidelijker verhaal moeten formuleren over wat die morele vorming dan is en kan zijn binnen de militaire praktijk.


Daniël: van harte gefeliciteerd met deze mooi afronding (8,5) van je studie tot toegepast filosoof!




Nieuw
Recente berichten