Actueel

Voorbij het bbp in 2030? Interview met Rutger Hoekstra door HTF-docent Paul Teule.


Paul Teule interviewde Rutger Hoekstra, auteur van het boek Replacing GDP by 2030 (Voorbij het bbp in 2030), dat in mei 2019 werd gepubliceerd door Cambridge University Press. Rutger is ook de oprichter van MetricsForTheFuture.com - een adviesbureau dat internationale organisaties, overheden en bedrijven helpt om voorbij het bbp en voorbij de uitsluitend financiële winst te gaan, op weg naar een zgn. 'well-being economy'.


Paul is als docent Inleiding Duurzaamheid, Mileu-ethiek en Duurzaamheid en Rechtvaardigheid verbonden aan de HTF.


Paul Teule Het is al lang bekend dat het bruto binnenlands product (bbp) geen goede graadmeter is voor kwaliteit van leven en duurzaamheid. De bbp-controverse is bijna zo oud als het bbp zelf, en tegenwoordig uiten zelfs ‘mainstream’ economische instituties, van de W ereldbank, de OESO tot de Europese Commissie, van The Economist tot The Financial Times, hun kritiek op het belang dat helaas nog steeds aan het bbp en de nationale rekeningen gehecht wordt. ESB wijdde vorig jaar nog een conferentie en een dossier aan het ‘Meten van welvaart’ (ESB, 2019), waarbij door diverse auteurs harde noten werden gekraakt. ’Het bruto binnenlands product moet terug in zijn hok’, aldus de inleiding. Een van de auteurs (naast ondergete- kende) was de voormalig CBS-onderzoeker Rutger Hoekstra, die als enige een visie uiteen- zette om de status quo daadwerkelijk te doorbreken, en tegenwoordig de Wereldbank en VN adviseert. Zijn visie werkte hij ook uit in een boek: Replacing GDP by 2030. Towards a Common Language for the Well-being and Sustainability Community (2019). Paul Teule sprak voor TPEdigitaal met Hoekstra over het maatschappelijke momentum van het bbp en de nationale rekeningen en de levensvatbaarheid van een alternatief.

Waarom is het bbp volgens jou aan vervanging toe? Het bbp is nu nog te veel een doel, terwijl het slechts een middel is om echte maatschappelijke doelen, zoals welzijn, duurzaamheid en gelijkheid, te realiseren. Het is in ons eigen leven precies hetzelfde: niemand heeft als doelstelling om zijn inkomen te maximaliseren. Zelfs bij de mensen die dat zeggen is dat aantoonbaar niet zo; ook zij hebben uiteindelijk andere doelen waar ze hun inkomen voor inzetten. Zo is het ook met onze samenleving: het bbp is slechts een middel.

Moeten we dan helemaal van het bbp af? Het bbp heeft een belangrijke financiële functie. Het zegt iets over het ‘productieve’ gedeelte van onze maatschappij, onze economie. Maar de economie is dus wel een subsysteem van de maatschappij, die op haar beurt overigens weer een subsysteem is van het natuurlijk systeem. Ik erger mij groen en geel als er wordt gezegd “Dat is slecht voor de economie!” en er als het ware een veto wordt uitgesproken. Slecht voor de economie wordt gezien als slecht voor de maatschappij, en dus slecht per se. Maar ik wil het omdraaien: eerst kijken naar maatschappelijke ontwikkelingen, zoals geluk, tijdsbesteding, klimaatverandering. Dat zijn de centrale vraagstukken. Vervolgens kun je dan kijken naar welke rol onze economie, en het meetsysteem van de nationale rekeningen, hierbij kan spelen. Nu is het omgekeerd.

Waarom lukt het dan niet om dit te doen? In kranten, op tv, lijkt de vraag of iets goed of slecht is voor ‘de economie’ of, nog erger, ‘de groei’, en daarmee het bbp, niet aan belang te hebben ingeboet. Dat komt mede doordat in de media een vaste schare economen als experts worden uitgenodigd die allemaal in die frame van "wat goed is voor de economie is goed voor de maatschappij" zitten. Je moet als presentator of als kijker thuis van goede huize komen en veel van een onderwerp weten om tegen dit frame in te kunnen gaan. Wat je eigenlijk wil is dat we het juist minder over ‘de economie’ gaan hebben en een nieuw soort wetenschappers bij programma’s als Nieuwsuur worden uitgenodigd.

Dit is die nieuwe ‘gemeenschap’ waar je het ook over hebt in je boek? Een multidisciplinaire gemeenschap van demografen, sociologen, politicologen, ecologen, enzovoorts. Het gaat om nieuw soort wetenschappers die geschoold zijn in alle maatschappelijke en planetaire ontwikkelingen en dat in samenhang kunnen duiden. Nu is de analyse heel erg smal. Het gaat zo van: de nieuwste CBS-cijfers zijn uit, economen vinden daar dan iets van en praten dan over consumptie, investeringen of onze concurrentiepositie. Maar ja, de ech te vraag is: gaat het goed met de bevolking en gaat het goed met onze planeet? Die bredere vragen worden te weinig gesteld.


- "Ik erger mij groen en geel als er wordt gezegd “Dat is slecht voor de economie!” en er als het ware een veto wordt uitgesproken. Slecht voor de economie wordt gezien als slecht voor de maatschappij, en dus slecht per se. Ik wil het omdraaien: eerst kijken naar maatschappelijke ontwikkelingen, zoals geluk, tijdsbesteding, klimaatverandering. Dat zijn de centrale vraagstukken. Vervolgens kun je dan kijken naar welke rol onze economie, en het meetsysteem van de nationale rekeningen, hierbij kan spelen. Nu is het omgekeerd." -

Ligt de bal dan bij de redacties om hun programma’s over economie om te gooien? Ik denk niet dat het veel zin heeft om naar de economieredactie toe te gaan en te zeggen: hoe jullie het aanpakken is fout. Je moet vooral zorgen voor een breed aanbod van informatie. Journalisten willen ook gewoon nieuws hebben, en het bbp heeft nu nog de voorsprong als het gaat om actualiteit. Ik denk dat ze daar gewoon heel veel mee scoren, maar als jij ze op actualiteit pakt en op bredere maatschappelijke trends, dan denk ik dat journalisten net zo geïnteresseerd zijn in die ontwikkelingen. Als het CBS, elke keer als er economische cijfers gepresenteerd worden, in een ander zaaltje ook met nieuwe cijfers over welzijn, duurzaamheid en gelijkheid komen, dan raken de journalisten die nu alleen maar met economische groeicijfers bezig zijn, op een gegeven moment gewend aan die andere cijfers. Ze gaan dan zien dat er een veel interessantere bril is om naar maatschappelijke ontwikkelingen kijken dan die van wel of geen productiestijging in een kwartaal. Het zou nog beter zijn als er in 200 landen een maandelijkse persconferentie wordt gegeven met cijfers over die bredere thema’s, en dat die cijfers internationaal geharmoniseerd zijn.

Dat is dan die ‘taal’ die we moeten gaan spreken om ook echt een ‘voorbij het bbp’-gemeenschap te worden. Het gaat in eerste instantie om taal zoals we die in dagelijkse discussies gebruiken en in de media. Ik ben nu de The New York Times-archieven aan het doorspitten en je ziet hoe over de decennia het taalgebruik van zo'n krant verandert. Dit jaar wordt het woord ‘economie’ in een zesde van alle artikelen in The New York Times gebruikt. Tijdens de Grote Depressie van de jaren 30 was dat slechts twee procent. Na de Tweede Wereldoorlog spreken van ‘de economie’ en dan zie je dat het belang van die woorden een enorme vlucht neemt door een constante onderliggende stroom aan nieuwe cijfers die worden geproduceerd en die de relevantie van die woorden steeds onderstrepen. De term ‘economic growth’ wordt voor de jaren 50 niet gebruikt in The New York Times. En nu weet iedereen wat het is. Dat is eigenlijk wat je wilt: in de kranten, en in het dagelijks leven, dat mensen het over welzijn en duurzaamheid kunnen hebben in plaats van “Goh, hoe staat het met de economie?”. Maar om dat te bereiken hebben we een constante stroom geharmoniseerde cijfers nodig die overal ter wereld op dezelfde manier uitkomen.

Met ‘geharmoniseerd’ bedoel je dat iedereen hetzelfde bedoelt als ze het over welzijn hebben? Je kunt het vergelijken met het Engels. Heel veel mensen spreken die taal, wat de communicatie veel gemakkelijker maakt. Zo werkt het nu bij de nationale rekeningen, het System of National Accounts (SNA). Alle economen ter wereld ‘spreken’ SNA en daardoor kunnen macro-economen makkelijk communiceren over hun statistieken en modellen. En het taalgebruik over ‘economische groei’ sijpelt door naar het grotere publiek omdat zij zonder het door te hebben ook een paar woordjes SNA spreekt. Zo moeten we ook over welzijn leren praten, zonder er zoals nu lacherig over te doen. Het moet de normaalste zaak van de wereld zijn.

Maar critici zullen natuurlijk zeggen dat het voordeel van het bbp is dat het objectief is, neu- traal, waardevrij. En welzijn wordt dan als subjectief weggezet. Ik krijg die kritiek heel vaak. De economie is concreet, objectief. Maar dat is echt een misvatting. Dat beeld komt denk ik doordat geld de meeteenheid is, en dat is duidelijk optelbaar. Men heeft dan echter niet door dat bij het bbp in lopende prijzen ‘imputaties’ worden gedaan voor niet-bestaande financiële stromen, zoals woningdiensten die huiseigenaren aan zichzelf verschaffen. Dit is echter een marginaal probleem als je het afzet tegen de moeilijkheid van het schatten van economische groei – dat is de groei van de omvang van de econo- mie. Om dat te schatten moet je van alle goederen en diensten de verandering van kwantiteit, kwaliteit en prijs kunnen onderscheiden. Dat is voor appels prima te doen, maar als het gaat over Apple iPhone is het al veel lastiger. Hoeveel procent beter is de iPhone 7 ten op- zichte van de iPhone 6? Bij diensten, zowel zakelijke dienstverlening als overheid, is het nog lastiger. Hoeveel beter hebben ambtenaren hun werk gedaan ten opzichte van vorig jaar? Graag antwoord tot twee cijfers achter de komma! Het bbp is dus gewoon een conventie die over de hele wereld hetzelfde wordt toegepast. Door die wereldwijde consensus krijgt het getal de zweem van objectiviteit. De Verenigde Naties hebben ergens een grens getrokken en gezegd dat is ‘economie’. Wetenschappelijk gesproken zijn er welzijnsfactoren die veel beter te meten zijn dan de economie. Zaken zoals levensverwachting, onderwijsniveau en CO2-emissies zijn veel ‘harder’, zou ik willen stellen. Ik denk dat als er in 200 landen welzijnscijfers uit zouden komen, dat binnen twee jaar die kritiek helemaal verstomd is en dat mensen het gewoon als hard cijfer accepteren. Je bent zelf heel kritisch op de ‘beyond GDP’-beweging die volgens jou veel te weinig samenwerkt om een alternatief te vormen voor het dominante bbp. Je spreekt van de succesvolle ‘bbp- multinational’ die de hele wereld is overgegaan, tegenover de ‘huisnijverheid’ van de vele alternatieve indicatoren en meetsystemen. Ik moet ook zeggen dat ik soms moedeloos word van al die initiatieven: GPI, HDI, BWI, HPI, SDG, BLI... Ik zie vaak door de bomen het bos niet meer.

Ik denk dat we veel kritischer mogen zijn op de organisatiegraad van onze eigen welzijns- en duurzaamheidsgemeenschap. Er zijn honderden alternatieven, die niet kunnen tippen aan de ‘marktmacht’ van het bbp, en die het speelveld eigenlijk nog verder vertroebelen. In veel gevallen is het een organisatie die zelf met een indicator de spotlight opzoekt, soms ook met een commercieel belang. Het alternatief moet denk ik echt van een overheidsinstelling komen, maar ook daar heb je weer verschillende organisaties, zoals de OESO, de Wereld- bank, Europese Commissie, verschillende VN-clubs, die met hun initiatief aandacht willen trekken. Ik ging vroeger ook vrij vaak naar die OESO-conferenties en in het begin krijg je er veel energie van, maar op een gegeven moment denk je van ja, de zoveelste spreker met de zoveelste indicator, wat proberen we hier nu eigenlijk te bereiken met zijn allen?

Maar wat stel je dan voor? Hoe breng je alle koppen bij elkaar? Dat is al veel vaker gebeurd, en niet alleen bij het SNA. Neem het voorbeeld van het Inter- governmental Panel on Climate Change (IPCC). Begin jaren 90 heeft dit panel ervoor gezorgd dat het gedachtegoed van de klimaatwetenschap geharmoniseerd werd , zodat het meer im- pact had op publiek en politiek. Hoewel het een traag proces is geweest van dertig jaar, denk ik dat zonder het IPCC klimaatverandering niet zo prominent in onze maatschappelijke discussie had kunnen komen. En over de Sustainable Development Goals (SDGs) kun je van alles zeggen, maar ze zijn toch maar in een paar jaar uit de grond gestampt en het is heel knap dat alle landen van de wereld en heel veel bedrijven die 17 doelen en 196 deeltargets onderschrijven. Het zijn trajecten waarbij met een combinatie van wetenschap en statistiek je een rol verovert in de maat- schappelijke beleidsvorming. Ik stel dus voor om een Intergovernmental Panel op te richten voor Wellbeing, Sustainability and Equity (IP-WiSE).

In Nederland hebben we sinds een paar jaar de Monitor Brede Welvaart, en die heb jij zelfs mede helpen ontwikkelen. Dat lijkt mij misschien wel een traject om verder uit te bouwen. Hoe is die monitor ontstaan? Ik ben in 2004 bij het CBS komen werken en ik werd in 2007 samen met collega Jan Pieter Smits gevraagd om wat toen de ‘Monitor Duurzaam Nederland’ heette, op te zetten.Dat was een publicatie waar het CBS met alle drie de planbureaus, PBL, SCP en CPB, op één titel stonden. Jan Pieter en ik trokken toen ook een internationale taskforce, waar de VN, OESO en Europese Commissie en de Wereldbank ook in zaten. Daar is, mede door een invloedrijk rapport van Joe Stiglitz voor de Franse overheid, besloten om de waaier aan alternatieve indicatoren onder te verdelen in de drie dimensies 'hier en nu', 'later', 'elders'. Ik ben ook staflid geweest van de Parlementaire Commissie Brede Welvaart, onder leiding van Rik Grashoff, en daarmee werd ‘brede welvaart’ ineens een groot thema, dat we met de Monitor Brede Welvaart via waaiers met indicatorenop die drie dimensies ontwikkelden. Critici zeggen dat de Monitor Brede Welvaart in vergelijking met de nationale rekeningen veel te weinig aandacht krijgt. Ook omdat de monitor in mei, tijdens Verantwoordingsdag, wordt besproken, waar toch minder aandacht voor is dan, zeg, de Derde Dinsdag in september. Je kunt het vanuit de negatieve kant bekijken, maar de Monitor heeft natuurlijk wel een vaste plek op de parlementaire agenda. En ik ben altijd een beetje huiverig van te snel te kritisch worden over de resultaten die behaald zijn. Want de geschiedenis van Beyond GDP ligt vol met initiatieven die na drie of vier jaar zijn afgeblazen, omdat dan iemand anders roept: “Ik heb een beter idee!” Bij de Monitor Brede Welvaart zie je dat deze een steeds prominentere plek krijgt. De Studiegroep Begrotingsruimte is bezig met het kijken naar de rol van de brede welvaart bij het begrotingsbeleid, en er zijn moties geweest van GroenLinks en D66 om de Monitor meer bij het beleid te betrekken. Dus ik zie het meer als een langjarig proces. Er zijn trouwens maar vijf of zes landen die je echt kunt aanwijzen die wat meer doen dan de rest. Iedereen heeft bijna wel een statistisch rapport, maar het echt inbreken in het beleidssysteem, dat is aan weinig landen gegeven. En daar zijn wij wel één van. Ik zou het dus het liefst positief bekijken, anders gaan mensen de conclusie trekken dat het aan het rapport ligt en komt er weer iemand met een alternatief. Dus laten we gewoon de Monitor Brede Welvaart als kapstok gebruiken om in zoveel mogelijk beleidsprocessen ervaring op te doen.

Dezelfde critici – ik hoor er ook bij – zeggen dat je er weinig mee opschiet om maar zoveel mogelijk indicatoren bij elkaar te presenteren. Wat je steevast ziet is dat de economische cijfers groen uitslaan. Het bbp zit er ook bij en heeft een heel prominente plek bovenaan de waaiers, net als bij de 20 op een dartbord. En de milieucijfers slaan steevast rood uit. Wat moet je daar als beleidsmaker dan mee? Je kunt als kamerlid altijd zeggen: het is een gemengd beeld, het is enerzijds goed, anderzijds niet. De Monitor helpt je niet om het negatieve effect van het bbp op het milieu aan te pakken. Het staat allemaal los van elkaar. Ik denk dat de winst erin zit dat die rode milieucijfers er nu wel in staan. Ik denk dat we er steeds minder mee wegkomen. Die rode cijfers staan nu op een plek en daar moeten politici wel aandacht aan besteden. Een linksere partij zou eerder geneigd zijn om een groter punt van milieu te maken, maar ook een politicus van rechtse huize zal zeggen:oké, die CO2 daar moeten we iets aan doen, laten we zoeken naar manieren dit het bbp-gedeelte wel groen houden. Het mooie is dat alle cijfers in ieder geval op één plek staan.

Zijn er niet veel te veel indicatoren in die Monitor? Je hebt de school die zegt: maak een set van ind icatoren in een dashboard, in elk hun eigen eenheden. Je hebt ook de school, vooral economen, die zegt: maak één monetaire indicator die met het bbp kan concurreren en die bijvoorbeeld alle externaliteiten corrigeert. Dat is dan een uitwerking van de welvaartstheorie. Ik heb daar lang over nagedacht en ik ben wel voor aggregatie, maar nu wordt er gesteld dat dat maar op een manier kan: de welvaartstheorie. Maar er zijn veel meer theoretische in- strumenten die bruikbaar zijn. Ik gebruik wel eens de metafoor van een dokter. Die heeft een aantal instrumenten om een diagnose te stellen. Als hij alleen met een bloeddrukmeter aan komt zetten en zegt dat hij daarmee de diagnose gaat doen, zou je hem meteen de deur wijzen. Je weet dat hij het volledige arsenaal aan instrumenten m oet gebruiken om tot een diagnose te komen.

Eigenlijk had je het liefst één instrument. In Star Trek is een dokter die een tricorder heeft waarmee hij binnen drie seconden kan zien welke ziekte een patiënt heeft. Maar dat is sci- ence fiction. Ondanks millennia aan medische vooruitgang, is de medische wetenshap niet in staat één instrument te maken voor een diagnose. Waarom zou de sociale wetenschap dan de pretentie hebben dat ze op de vraag “hoe gaat het op deze aarde en met onze maatschappij” een tricorder-antwoord kunnen geven? Je moet het aantal indicatoren wel beperkt houden. Met een beperkte set van vier of vijf indicatoren kun je wel een steengoede analyse geven over wat de grootste uitdagingen zijn. Vanuit wetenschappelijk en communicatieoogpunt is dat het meest wenselijk. Als we één keer per maand die indicatoren de wereld insturen, dan vertrouw ik erop dat deze goed zullen landen. Bij 50 of 60 indicatoren is dat niet zo, maar die zijn wel belangrijk voor de formulering van beleid. Maar los van de indicatoren is het van essentieel belang dat we be- leidsmakers ook de tools geven om op basis van deze cijfers beleid te formuleren.

Welke tools? Om dat te snappen moet je iets weten over de macro-economische tools. Zodra de nationale rekeningen af zijn, en dus ook het bbp, stuurt het CBS deze data naar het CPB. Die gebruiken al deze cijfers in allerlei modellen en afwegingskaders waarmee ze voorspellingen doen en adviezen geven. Dat zijn ‘tools’ voor beleidsmakers, omdat ze daarmee geholpen worden in de complexe beslissingen die ze soms moeten nemen. Wij, als Beyond-GDP-gemeenschap, stellen daar weinig tegenover. Als een politicus of een regering nu aan haar ambtenaren vraagt wat een effectieve manier is om op brede welvaart te sturen, dan hebben wij geen mechanismen of modellen. En dat is natuurlijk een zwakte. Bij het bbp leidt het tot een tweede golf aan aandacht: als het CPB een voorspelling doet dan is het wéér het bbp-cijfer dat in de krant komt. In de naoorlogse opmars van de nationale rekeningen spelen zijn dit dit soort wetenschappelijk instrumenten een belangrijke rol.

Jij staat nu op enige afstand van de Monitor Brede Welvaart, ook omdat je zelf in een vrijere rol en als adviseur je eigen ideeën wilde uitwerken. In je boek kom je uiteindelijk met een Sys- tem of Global and National Accounts (SGNA) met vijf systeemrekeningen die gaan over milieu, maatschappij, economie en verdeling, die op een geïntegreerde manier gebruikmaken van fysieke en monetaire eenheden. Dit wordt dan de ultieme taal waarin we voorbij het bbp kunnen spreken? Mijn filosofie is simpel: we kopiëren het model dat de economen hebben. Die hebben het systeem van nationale rekeningen als taal en dient als basis voor statistiek en voor beleidstools en modellen. Ik denk dat we ook een accounting systeem moeten bouwen die als woor- denboek voor ‘onze’ taal moet dienen en als basis voor statistiek en beleidstools. Ik heb in mijn boek een schets van zo’n accounting systeem gedaan, maar alleen een groot wetenschappelijk proces kan daar echt handen en voeten aan geven. Er is zoveel expertise nodig om alle dimensies van vooruitgang te meten dat daar een interdisciplinaire team van wetenschappers voor nodig zal zijn.

Ben je niet bang dat dit ook de initiatieven die er zijn verwatert? Hoe erg het voor sommige initiatieven zal zijn, we kunnen gewoon niet door met honderden verschillende systemen. Dat is binnen de gemeenschap al heel verwarrend, laat staan dat we coherent communiceren met de maatschappij.

Toevallig zit je ook in een van de adviesgroepen die de System of National Accounts gaan aan- passen. Wat kun je in die rol doen? Ik heb eigenlijk drie ijzers in het vuur om dit werk internationaal voort te zetten: Het herzieningsproces van de SNA; Een project bij de Universiteit van de Verenigde Naties; en de The Wellbeing Economy Alliance (WEAll). Waarschijnlijk komt er in 2025 een nieuwe SNA. De auteurs kijken natuurlijk ook om zich heen en snappen dat het verhaal van “wij meten gewoon de economie en dat is het” heel mager is. Dus ik zit ook in een subgroepen van expertcomité die nadenkt over een breder raamwerk. Bij de Universiteit van de VN ben ik net aangenomen om een project op te starten die gebaseerd is op mijn boek. We gaan daar de gedachten in een concreet project om te zetten waar we harmonisatie, tools en een groot wetenschappelijk netwerk centraal gaan stell en. Als laatste ben ik ook betrokken bij de Wellbeing Economy Alliance (WEAll). Dat is een hele enthousiaste en professionele groep die over de hele wereld een transitie naar een ‘wellbeing economy’. Daar heb ik recent een ‘Policy Brief’ geschreven om die acties om deze agenda vooruit te helpen. De lezers van dit stuk zal het niet verbazen welke drie punten dit zijn: harmonisatie, tools en een nieuw taal.



Over Paul Teule

PaulTeule (1981) studeerde economie en filosofie (UvA) is sinds 2011 aan de UvA verbonden als docent politieke economie. In 2016 publiceerde hij het boek Vrijheid voor gevorderden (Boom) en werkt momenteel aan een boek over de verhouding tussen economie en milieu (promotieonderzoek). Hij is redacteur van TPEdigitaal en (acquirerend) redacteur van De Nederlandse Boekengids, lid van van het Economenpanel van BNR Nieuwsradio en, tot 2020, speler van het Filosofisch Elftal van Trouw. Paul is als docent Inleiding Duurzaamheid, Mileuethiek en Duurzaamheid en Rechtvaardigheid verbonden aan de HTF. Paul was tevens spreker op het HTF-symposium 'Economie en Duurzaamheid - Doing the right thing'.













Publicatie

TPEdigitaal 2020 jaargang 14(3) 103-109

Literatuur ESB, 2019, Meten van welvaart - dossier, Den Haag. Hoekstra, R., 2019, Replacing GDP by 2030, Towards a Common Language for the Well-being and Sus- tainability Community, Cambridge University Press

Nieuw
Recente berichten